Het beeld van Bernardus van Clairvaux in de Munsterkerk

Dit houten beeld in de Munsterkerk stelt de heilige Bernardus van Clairvaux voor, een van de belangrijkste propagandisten van de Cisterciënzer-orde in de twaalfde eeuw. Het werk wordt gedateerd op omstreeks 1510-1520 en is toegeschreven aan de Meester van Elsloo, een tot op heden onbekende Oppergelderse houtsnijder.

Over de herkomst van het beeld is wat discussie geweest, en dan met name over de vraag of het voor deze kerk is gemaakt en er vanaf die tijd heeft gestaan, of dat het op een later moment door het klooster is verworven.
De Munsterabdij was het eerste Cisterciënzer vrouwenklooster in het voormalige graafschap Gelre, en het is dus zeer goed mogelijk dat het Bernardusbeeld in opdracht van de abij werd gemaakt en daar altijd heeft gestaan.
De uit Dalheim afkomstige amateur-historicus Franz Mayer veronderstelde in een artikel uit 1902 echter dat het beeld oorspronkelijk stond in de abdij van Dalheim, eveneens een Cisterciënzer klooster. Volgens Mayer was het een van de stukken die na de opheffing van deze abdij in de Franse tijd terecht kwamen in verschillende kerken in de omgeving. Van het dertiende-eeuwse zogenoemde Dalheimer kruis in de kathedraal staat inderdaad vast dat het oorspronkelijk uit het klooster van Dalheim kwam, maar de veronderstelling dat ook het Bernardusbeeld oorspronkelijk in Dalheim stond, is twijfelachtig. Mayer geeft in zijn artikel helaas geen onderbouwing voor zijn stelling, maar toch is deze door sommige auteurs overgenomen.

G. Venner sluit zich aan bij F. Gorissen, die stelde dat beelden als dit tot in de negentiende eeuw geen grote waarde als kunstobject hadden en derhalve bijna altijd op hun oorspronkelijke plaats bleven. Alleen bij opheffing van kloosters (zoals in Dalheim) kon het wel eens voorkomen dat de huisraad werd verkocht. Venner wijst echter op het bestaan van een kerkinventaris uit 1644, waarin al een Bernardusbeeld werd genoemd. In hetzelfde jaar werd de kerk bezocht door de beroemde Antwerpse uitgever Balthasar Moretus II, op weg naar de toen al bestaande ‘Frankfurter Buchmesse’. Ook Moretus maakte in zijn reisdagboek melding van een Bernardusbeeld.

Daarmee staat nog niet vast dat de genoemde vermeldingen betrekking hadden op dit specifieke beeld. De Munsterabdij was een centrum van Bernardusverering en in de zeventiende eeuw een aan deze heilige verbonden pelgrimsoord. Het ligt voor de hand dat zich in de kerk meerdere objecten bevonden die met deze verering te maken hadden. Behalve het houten Bernardusbeeld hingen in het koor twintig schilderijen waarop episoden uit het leven van de heilige werden afgebeeld. Nog belangrijker was een vingerreliek. Aan deze vinger werden gewijde ringen gestoken, die dan zouden helpen tegen krampen en koorts.

Devotieprentje uit 1804

Een belangrijke aanwijzing dat het beeld dat we nu kennen hetzelfde is als het beeld dat in de inventaris van 1644 en het reisdagboek van Moretus wordt genoemd, is een devotieprentje, dat in 1804 werd gedrukt ter gelegenheid van de eerste Bernardusbedevaart sinds de kerk door de Franse revolutionairen werd gesloten (1797-1803).
In het het prentje wordt melding gemaakt van de ‘O.L.V. Munster Kerke, of meer bekent onder den naem van St.Bernardus Kerke in de stad Ruremonde’ en wordt nadrukkelijk vermeld dat ‘het beeld van den heyligen Bernardus en het grootste gedeelte der heylige reliquien (…) op hunne vorige plaetsen hersteld [zijn]’.
Het gebruik van de term ‘hersteld’ wijst erop dat het beeld zich al vóór de opheffing in de kerk bevond. Het was bekend bij de gelovigen die in 1804 allemaal wisten dat het zich vóór de Franse tijd al in de kerk bevond.

Het beeld dat tegenwoordig in het zuidelijke transept staat, werd in 1947 door Timmers al toegeschreven aan de Meester van Elsloo. Op stylistische gronden (plooival en gezichtsvorm) zou het een van de vroegste werken van diens hand zijn.

Het eikenhouten beeld is 109 cm. hoog en heeft een jongere polychromie. Een opmerkelijk detail is het boek dat de Bernardus in de linkerhand houdt. Dit is een gedeelte van het beeld dat ooit werd gerestaureerd en helaas niet correct. Oorspronkelijk droeg Bernardus in die hand een zogenoemd buidelboek, waarvan het afhangende gedeelte met knoop nog goed zichtbaar is.
Buidelboeken waren gedurende de late middeleeuwen (1400-1550) in gebruik, vooral bij monniken en pelgrims en waren bedoeld om mee te nemen op reis. Ze danken hun naam aan de vorm: de onderkant van de boekband was verlengd en had de vorm van een buidel. Deze kon met een knoop (maar soms ook een ring of gesp) aan een gordel worden bevestigd.
Oorsponkelijk zal de Bernardus in de Munsterkerk een kleiner boekje in de hand hebben gehad, dat was verbonden met de buidel. De restaurator was blijkbaar niet bekend met deze buidelboeken, en heeft de heilige abt een los boek in de hand gestopt.


Literatuur:
Venner, G., Het interieur van de Munsterkerk vóór 1850, in: De grafmonumenten van de graven van Gelder, Venlo 1989, blz. 55-77.
Venner, G., De herkomst van de Sint-Anna te Drieën in de parochiekerk te Elsloo: een reconstructie van de geschiedenis van een referentiebeeld, in: A Masterly Hand, Interdisciplinary Research on the Late-Medieval Sculptor(s) Master of Elsloo in an international Perspective, Brussel 2013, blz. 48-63.
De Meester van Elsloo, Oppergelders beeldsnijder XVIe eeuw, tentoonstellingscatalogus Horst 1974.
Plötz, R., Lemmens, G., e.a. Das goldene Zeitalter des Herzogtums Geldern. Geschichte, Kunst und Kultur im 15. und 16. Jahrhundert, tentoonstellingscatalogus, Geldern 2001, aldaar blz. 133-134.
Mayer, F., Zur Geschichte der Pfarre Arsbeck, in: Rheinische Geschichtsblätter 6 (1902-1903). Online te raadplegen op http://www.dilibri.de/rlb/periodical/pageview/52870
Knoors, H., Middeleeuws boek in middeleeuwse kerk, in: Ruimtelijk, september 2007, blz. 12-13.